Verhalen campertour september 2015

Waterschap Rivierenland ging in gesprek met bewoners en belangstellenden over de plannen voor de dijkverbetering tussen Tiel en Waardenburg, die de komende jaren worden uitgewerkt. Een opvallende camper ging in september langs de dijkdorpen tussen Tiel en Waardenburg en haalde vele verhalen op.

“Jong en oud ontmoeten elkaar op de dijk”

Geschreven op november 26, 2015

 

Frederik Bennis is initiator van het evenement ‘Ouderen en Jongeren Bewegen in Tiel. Zo’n 550 mensen kwamen op de dijk bij elkaar om er onder meer te fietsen, lopen, wandelen en met de scootmobiel te rijden. Volgend jaar komt er een vervolg op de succesvolle eerste editie.

“We hebben bewust gekozen om dit evenement op de dijk te houden. Daar hebben we immers allemaal iets mee, jong én oud. Jongeren weten iets van de wetlands. En senioren weten veel van de historie van de dijken. Door ze naar herkenbare plekken te brengen, verleid je ze om in beweging te komen. Dat is ons streven”, zegt Bennis.

Hij heeft wel wat verbeterpunten voor de dijk. Die kwamen aan het licht tijdens het evenement. Op sommige punten mogen meer rustbanken die geschikt zijn voor alle gebruikers, dus ook voor mensen met bijvoorbeeld een scootmobiel of een rollator. “Van Tiel naar Zennewijnen is er maar één rustbankje. Verder is het er vooral een drukke snelweg.”

Het is hem niet te doen om afsluiting van de dijk voor gemotoriseerd verkeer. Wel wil hij dat de verschillende gebruikersgroepen zich allemaal thuis voelen op de dijk. “Er zijn veel verkeersdeelnemers met wisselende snelheden. Daar moet naar gekeken worden.”

“Je kunt nu niet goed bij de rivier komen”

Geschreven op november 16, 2015

 

Cornelieke Peels uit Tiel heeft veel met het rivierenlandschap. Ze werkt immers bij het waterschap. Daarnaast geniet ze van wandelen en fietsen over de dijk. Toch kunnen er wel wat dingen anders aangepakt worden, meent ze. “Wat ik erg jammer vind, is dat ze hier in het rivierenlandschap naar binnen gericht zijn. Leg de fietspaden buitendijks aan. Dan heb je mooi uitzicht op de uiterwaarden. Maak daar gebruik van. Ik zou ook graag meer wandelpaden zien. Je kunt nu niet goed bij de rivier komen. Dat is jammer, want het is prachtig wandelen langs het water.”  Ook dochter Geke is graag in de uiterwaarden. “Het is alleen jammer dat er geen ruiterpaden liggen. Nu moeten we met het paard over de dijk en juist daar is het smal en gevaarlijk door de auto’s en vele fietsers.” Ze hoopt dan ook dat door de dijkaanpak het gebied beter toegankelijk wordt voor ruiters.

“Maak de dijken niet kaarsrecht”

Geschreven op november 12, 2015

 

“We hebben ons nooit onveilig gevoeld bij de dijk”, zegt Saskia Weddepohl, die met haar gezin onder aan de dijk in Opijnen woont. (Op de foto met haar man Henk de Vries en zoon Arjan) “Sinds de evacuatie in 1995 hebben we wel hoogwater gehad, maar het peil is nooit meer zo hoog geweest als toen. Dan denk je: waarom is de dijk verzwaard? Natuurlijk snappen we wel dat het uit voorzorg is gebeurd. Maar er zijn volgens mij allerlei theorieën waarvan wij geen weet hebben.”

Het gezin hoopt dat bij een nieuwe verbetering van de dijk rekening wordt gehouden met de authenticiteit van het gebied. “Lopen en fietsen, dát is voor ons de dijk. Je hebt er mooi uitzicht op het landschap. De dijk slingert, na elke bocht wacht een verrassing. Dat moet zo blijven, vinden wij. In het verleden zijn al veel oude boerderijen en huizen verdwenen. Wat eenmaal weg is, krijg je niet terug. Maak de dijken bij een verbetering niet kaarsrecht.”

“De rivier is bijna niet te vinden”

Geschreven op november 9, 2015

“Ik woon op het mooiste plekje van Nederland, aan de Waaldijk met uitzicht op Zaltbommel”, zegt Riet Hartman uit Opijnen. “Men zegt dat er iets moet veranderen, maar ik vraag het me af. Ik vind de dijk zwaar genoeg. Er is bij ons bij de laatste dijkaanpassing een brede band voorgezet. Lijkt mij voldoende, hij oogt lekker hoog, zwaar en sterk. Diep de rivier maar een keer goed uit, dat lijkt mij beter. Dat is goed voor de doorstroming. Maar eigenlijk staat het water nooit meer echt hoog. Sterker nog, je kunt het water nu nauwelijks vinden. Maar mochten er aanpassingen nodig zijn, dan zou het leuk zijn als er ook gebouwd mag worden. We hebben in het verleden al eens een vergunning gevraagd, maar toen kregen we te horen dat er binnen twintig meter van de dijk niks mag gebeuren. Het zou leuk zijn als we nu wel mochten bouwen.”

Sensatie in het dorp. De ijsbreker komt.

Geschreven op november 1, 2015

 

“Ik ben hier geboren”, zegt Jacoba Stern-Blankestein. “Als kind vond ik het prachtig om hier rond te lopen. Ik heb bijvoorbeeld eind jaren veertig gezien dat mensen in de winter naar de overkant van de Waal liepen, naar Hurwenen. Niet veel later kwam de ijsbreker, dat was een grote sensatie in zo’n klein dorp. Toen waren de winters nog echte winters.”

Haar ouders vonden het maar niets dat Jacoba Stern-Blankestein zich bij en vooral achter de dijk liet zien. “Zeker niet als het water tegen de dijk stond. Ze vonden het veel te gevaarlijk om daar te komen. Ik wilde niets liever dan even met de voeten in het water. Dat is kindeigen. In de winter vond ik het ook prachtig om van de dijk te sleeën.”

Jacoba en haar man Jan genieten iedere dag van de dijk. Jan: “Ik ben geboren in Amsterdam en opgegroeid in Den Haag. Ik was altijd van mening dat het leven op het platteland veel mooier is. Toen onze zoon groter werd, zijn we naar Opijnen gegaan. Daar komt mijn vrouw vandaan.”

“Woningsloop langs dijk zou zonde zijn”

Geschreven op oktober 28, 2015

 

Jan de Jong uit Varik is geboren aan de dijk. “68 jaar geleden in Varik. In 1953 zijn we verhuisd naar Heesselt en daar zijn we opnieuw aan de dijk gaan wonen”, zegt hij. “Voor mij heeft de dijk veel betekenis. De oudere mensen hebben het water hier hoog aan de dijk zien staan. Voor jongeren is het haast vanzelfsprekend dat de dijk het water tegenhoudt, zeker nadat de dijk de laatste keer is versterkt.”

De Jong hoopt dat de dijk bij een volgende verbetering zijn karakter behoudt. “Ik zou het zonde vinden als er huizen moeten verdwijnen. Woningen – mooie, kleine boerderijtjes – horen bij het dijklandschap. Ik heb er zelfs geen problemen mee als er meer huizen bij komen. Ik kan me goed voorstellen dat daar vraag naar is in zo’n mooie streek als deze.”

Over de Waal lopen naar Heerewaarden

Geschreven op oktober 21, 2015

 

Het is al weer een poosje geleden, maar Piet van de Geijn  uit Varik kan zich nog goed herinneren hoe het was om naar de overkant van de Waal te wandelen. Niet met de pont of over een brug, nee over de Waal zelf.

Hij heeft het vier keer meegemaakt dat de Waal was dichtgevroren. “De Waal zit, heet het in de volksmond”, legt hij uit. “Het begint met ijsschotsen die in de Waal drijven. Als die, om wat voor reden dan ook, bijvoorbeeld in  de bocht bij Heesselt, tot rust zijn gekomen, kunnen ze aan elkaar vriezen. Wij zeiden dan: de Waal zit.”

De waaghalzen in het dorp gingen dan als eersten het ijs op om een pad te banen naar de andere kant, naar Heerewaarden. Bij die wegbereiders zat meestal ook de veerbaas. Hij kreeg dan van iedereen die naar de overkant wandelde een dubbeltje. Als de Waal zat, liep het dorp uit. Van de Geijn: “Dat was sensatie. Dat gebeurde bijna nooit. Dat wilde iedereen zien.

De laatste keer dat Piet van de Geijn over de Waal liep, was in 1963. Het was de strengste winter die Van de Geijn zich kan heugen. “Het was echt steenkoud. Het vroor twintig graden en het was buiten bijna niet te uit te houden.”

Het komt niet meer voor, zegt Van de Geijn. “De stroming is te sterk en door alle centrales langs de rivieren, kan het water niet meer bevriezen.”

Dick mist zijn hangplek in Opijnen

Geschreven op oktober 25, 2015

 

Dick den Otter uit Opijnen is blij met de dijkverhoging na de watersnood in 1995. “Veiligheid voor alles”, is zijn opvatting. Toch heeft de dijkverhoging volgens hem wel een behoorlijke impact gehad op de sfeer van zijn woonplaats. “Voor de dijk zijn flink wat huizen gesloopt. Daar zijn er een paar van teruggebouwd, maar door de sloop is een markant punt van het dorp verdwenen.”

En dat is wel jammer, vindt Den Otter. “Die plek bij het café was echt een verzamelpunt van het dorp. Noem het maar de hangplek van het Opijnen. Daar gingen we met Pinksteren  kijken als de zeilbootjes van Tiel naar Gorcum voeren. Als iemand een auto of een bootje had gekocht, en dat was wat in die tijd, dan werd dat op dat punt uitgebreid besproken. Zo’n plek is niet meer terug gekomen. En dat is jammer. Je zag elkaar, sprak met elkaar en wist een hoop van elkaar. De sfeer is toch wel wel anders geworden.”

 "Ik moet de rivier elke dag zien"

Geschreven op oktober 20, 2015

 

“M’n opa woonde aan de dijk. In de jaren twintig stond het waterpeil een paar keer heel hoog. ‘Als we op de knieën zaten, konden we drinken uit het water’, heb ik hem vaak horen vertellen”, zegt Tiny de Ruiter uit Haaften. Al vijf jaar is hij krantenbezorger in Opijnen. Iedereen kent hem. “Elke week loop ik over de dijken om de huis-aan-huiskranten te bezorgen. Ik geniet als ik over de dijk loop.”

Voor De Ruiter zijn de dijken een eerste levensbehoefte. “Elke avond zit ik in Haaften op het bankje bij de overnachtingshaven. Dat is echt genieten. Ik moet de rivier elke dag zien. Het zit in het bloed, denk ik. Als ik op vakantie ben geweest en ik ga terug naar Nederland, dan denk ik bij het zien van de eerste rivier: hèhè, we zijn weer thuis.”

Al op jonge leeftijd had hij een voorliefde voor water. “Vroeger zat ik in Zaltbommel op school. Toen ging ik dagelijks met het pontje van Haaften naar Gameren. Van de veerbaas mochten we zelf overvaren. Mijn vriend Herman voer heen, ik voer terug. Dan betaalden we 1 gulden voor de hele week.”

“Altijd over de dijk”

Geschreven op oktober 12, 2015

 

 

“Mijn moeder ging vroeger altijd vanuit Zennewijnen over de dijk om op school in Ophemert te komen. Iedere dag reed ze over de dijk met al haar broers en zussen. Een familie-uitje van een kilometer of drie”, zegt Lenie Onwezen uit Ophemert. “Ik ben zelf aan de dijk geboren, in een dijkhuis. Toen ik een jaar of vijf, zes was gingen we er op mooie dagen altijd zwemmen, in de Waal. We reden op de fiets naar de steenoven, vaak samen met de buren. Eenmaal daar zette m’n vader eerst een stok in het water om aan te geven tot hoe ver we mochten gaan. Prachtig was dat. Ik heb altijd een band met onze dijk gehouden. Als ik ergens graag wandel, dan is het op de dijk. En als ik naar Tiel wil, bijvoorbeeld voor de wekelijkse boodschappen of om naar de sportclub te gaan, neem ik steevast de dijk.”

Trouwfoto’s op de dijk

Geschreven op oktober 15, 2015

 

Voor Willemijn van Schaik uit Ophemert was er maar één plek voor haar trouwfoto’s: de dijk bij Waardenburg. Dit was het gebied waar ze was opgegroeid, waar fijne herinneringen lagen en dat wilde ze graag koesteren. Willemijn was intussen met haar man naar het Brabantse Veldhoven verhuisd, waar ze werkt als leerkracht maar voor hun trouwdag kwamen ze terug. “Het was iets dat bleef trekken”, zegt ze. “We kwamen vaker in het gebied omdat de familie er woont. Maar ook als we richting Utrecht reden, en we zagen het gebied liggen vanaf de brug bij Zaltbommel  dacht ik: je bent weer even thuis. Dat was een goed gevoel.”

Geïnspireerd door de dijk

Geschreven op oktober 8, 2015

Oud-brandweercommandant Jan-Willem Breukelman (rechts) heeft veel met de dijk. Hij woont niet alleen dichtbij de dijk in Tiel; hij rijdt ook vaak over de dijk naar Heesselt. Hier in de Heesseltse uiterwaarden vindt hij inspiratie voor zijn aquarellen. “Het licht is er prachtig, altijd anders. De bomen vormen vaak grillige figuren. Het is soms bijna magisch. Juist die stukjes bos in deze uiterwaarden zijn uniek.” Mede-Tielenaar Rien van IJzendoorn beaamt dat. Ook hij is lid van de aquarelclub. “Ik heb altijd gewerkt bij Rijkswaterstaat en na mijn pensioen ben ik gaan schilderen. Het Rivierengebied is altijd mooi. Niet voor niets wonen er hier veel kunstenaars.” Soms wordt er daadwerkelijk in de uiterwaarden geschilderd, maar meestal gaat slechts de fotocamera mee, zegt Breukelman. “Ik maak foto’s en schilder deze na. Inspiratie genoeg.” Beide hobbyschilders hopen dat de unieke natuur in de Heesseltse uiterwaarden blijft behouden. Breukelman: “Ook uit historisch oogpunt.”

Andijvie wassen op de dijk met hoog water

Geschreven op oktober 5, 2015

 

“Wonen aan de dijk is erg mooi, maar kan ook gevaarlijk zijn.” Theo de Jongh uit Opijnen heeft zijn leven lang in het rivierengebied gewoond. Zijn ouderlijk huis stond zelfs tegen de dijk van Opijnen. Hij denkt daarbij vooral aan zijn jeugd. “Het water stond regelmatig hoog in die tijd. Ik weet nog goed dat we met hoog water op de dijk andijvie hebben gewassen. In strenge winters vroren de uiterwaarden helemaal dicht. Dat was leuk om te zien en om te schaatsen. Maar dat kon ook wel eens voor gevaar zorgen. Met hoog water en harde wind, kruien de ijsschotsen over de dijk. Dan moest je echt wel uitkijken.”

Zwemmen in de Waal was heel gewoon. Alhoewel je ook toen door de sterke stroming goed moest uitkijken. “Tegenwoordig is het te druk. Als je het durft, varen er nu te veel schepen om veilig te kunnen zwemmen. Vroeger sprongen waaghalzen in  het water. Zwommen naar het midden en lieten zich met de sterke stroming meevoeren. Drie kribben verder klommen ze weer op de kant. ”

Net zoals veel streekgenoten moest De Jongh in 1995 evacueren. “Helemaal terecht”, vindt hij nog steeds. “Het water kwam tot aan de top van de dijk. Ik, en velen met mij, was er niet gerust op dat de dijken het zouden houden.”

Toch denkt hij met positieve gedachten terug aan de evacuatie. “Wij moesten naar de Jaarbeurshal in Utrecht. Daar hebben we vier nachten geslapen. Dat was best gezellig met als die mensen. Ik heb heerlijk geslapen en nergens last van gehad.”

‘Een emmer Waalwater naast de voordeur’

Geschreven op oktober 2, 2015

 

“Ik vind het zo mooi als het hoogwater is geweest. Dan ruikt het slib zo lekker. Het heeft zo’n aparte geur, ik kan het moeilijk omschrijven. Maar lekker is het in ieder geval. Mijn man zegt wel eens: ‘Ik zal voor jou een emmer met Waalwater naast de deur zetten.’”, zegt Lien de Jong uit Ophemert. “Nu woon ik nog wat verder van de Waal, maar ik zou er graag dichter bij wonen. De Waal is prachtig, er is altijd reuring. Je hebt in Maasbommel  ‘drijvende woningen’. Als het hoogwater is, dan pakt het water de woning als het ware op. Het lijkt me mooi om dat ook hier in de uiterwaarden van de Waal te hebben.”

Genieten op het bankje van Willy van Driel

Geschreven op september 30, 2015

 

“Ik heb wel eens overwogen een briefje ‘Privé’ op het bankje te plakken. Het gebeurt regelmatig dat er zoveel mensen op zitten, dat ik er zelf niet meer op kon. Het bankje dat Willy van Driel in 1980 op de dijk voor zijn woning plaatste in Varik is dan ook een perfecte plek om op je gemak te genieten van het weidse uitzicht op de Waal.

Willy van Driel heeft bijna zijn hele leven aan de dijk gewoond in Varik. Het leek hem wel een aardig idee om bankjes te plaatsen op de dijk. Een plek om even uit te rusten van een fiets- of wandeltocht, om een hapje te eten of om gewoon even te zitten om te genieten van de natuur en het uitzicht.

“Ik had ergens twee betonnen voetjes op de kop getikt en van de gemeente kreeg ik vier planken van een oud bankje. Ik heb toen zelf een bankje in elkaar geknutseld en ter hoogte van mijn woning op de dijk gezet.”

Tot genoegen van veel dijkgebruikers, zo bleek al snel. Met mooi weer is het altijd druk op het bankje. Soms zo druk dat en geen plek meer is voor Van Driel zelf. Die maalt daar overigens niet om. “Wij wonen er zelf niet meer, maar ik kom er nog bijna dagelijks. En als ik dan mensen op mijn bankje zie,  dat vind ik mooi.”

Genieten op het water

Geschreven op september 28, 2015

 

“Het is hier fantastisch. Moet je kijken: die wolken, de schepen, het landschap, de zon die glinstert op het water. Dat is toch schitterend! Het is altijd levendig op het water.”

Schipper Dik Swets en kaartverkoper Cees Lemmers op het Varikse veer genieten iedere keer weer als ze als vrijwilliger dienst draaien op het voetveer. Dik Swets: “Geen dag is hetzelfde.  Het leeft en bruist. Er gebeurt altijd wat.”

In augustus nog hebben de opvarenden van het pontje nog een plezierjachtje naar de wal gesleept. Cees: “Ze zijn nu de kribben aan het verlagen. Daarbij komen grote stukken plastic vrij, waarop vroeger de basaltblokken werden gelegd. Daar wil nog wel eens stuk van wegdrijven. Half augustus kwam er een stuk in de schroef van dat jachtje. Dan heb je een probleem. Dan drijf je stuurloos op het water. Als je dan in het vaarwater komt van een grote duwbak, is geen dat pretje. Die mensen hebben geluk gehad.”

Cees woont in Dreumel en gepensioneerd schipper Dik in Geldermalsen: ze hebben een uitgesproken mening over de dijkverbetering. Dik: “De dijkverhoging na het hoge water in  1995 hebben ze goed gedaan. Dat was noodzakelijk. Net zoals de plannen die ze nu maken over ruimte voor de rivier.”

”Ik vind het goed dat ze opnieuw met de dijkverbetering aan de slag gaan”, valt Cees hem bij. “De deskundigen verwachten meer water als het ijs van de noord- en zuidpool gaat smelten. Dat water moet toch ergens heen.”

"Of ik nu fiets of hardloop, ik zweef over die dijk"

Geschreven op september 25, 2015

 

De dijk is voor Cees van der Windt uit Ophemert een steun en toeverlaat. “Wij leunen met ons huis letterlijk tegen de dijk. Ik hou van reliëf in een landschap. Zoek op vakantie ook altijd de bergen op. Hier geniet ik van de glooiing en van onze schapen op de dijk.” Dat zijn woning precies op de plek staat waar mogelijk een nieuwe nevengeul komt, baart hem wel enige zorgen. “Ik ben nog niet overtuigd van de noodzaak ervan, maar als het voor de goegemeente het beste is…tja, dan moet het maar.” Vooralsnog meent Van der Windt dat met de strekdammen, het uitdiepen van de rivier en het weghalen van groen in de uiterwaarden meer dan voldoende maatregelen zijn genomen tegen het water. Hij hoopt nog lang aan de dijk te kunnen wonen. “Iedere dag is het genieten. Of ik nu fiets of hardloop, ik zweef over die dijk. Eigenlijk is het hele gebied rondom de Waal een grote speelplek voor ons: we wandelen er, fietsen, schaatsen, kanoën, noem maar op.”

Sander zag het hoge water van 1926

Geschreven op september 24, 2015

 

In 1916 kwam hij ter wereld: Sander Theodorus van Santen. Geboren in de Zandstraat in Opijnen. “Ik ben aan de dijk geboren; ik ken ‘m dus tot en met.” Als tienjarige jongen was hij al dijkwacht, in 1926, toen het water tot boven aan de dijk stond. Zijn taak was in de gaten houden of de dijk het wel zou houden. “En als de kerken de noodklokken luidden, moesten we met z’n allen naar de steenfabriek. Maar zover is het niet gekomen.” Hij ziet zichzelf nog staan, daar in de nacht op de dijk. Die nacht staat hem nog helder voor de geest. “De ijsschotsen dreven op de Waal, een prachtig gezicht.”

Over de aanstaande dijkverbetering is hij zeer stellig. “De dijk moet hoger en breder, voordat het te laat is. Sterker nog, ik ben bang dat het misschien al te laat is. Het klimaat verandert, er komt meer water aan.” Volgens hem is er eigenlijk een hele simpele oplossing: verlaag de stoep bij Heesselt en het water heeft voldoende ruimte. “Die nevengeul is helemaal niet nodig.” Wat wel aangepakt moet worden is het groen in de uiterwaarden. “Er staat teveel struikgewas, slecht voor de doorstroom.” Mocht de dijk verbreed worden dan zouden ook de fietspaden aangepakt moeten worden. “Ik fietste veel op de dijk, maar het is hartstikke gevaarlijk. De kanten van de weg zijn erg slecht. En weet je wat echt gevaarlijk is: de wielrenners. Die grote groepen…je hoort ze niet aankomen en dan roepen ze ineens dat je opzij moet…”

Jos weet nog steeds niet wie hem hielp

Geschreven op september 23, 2015

 

Nog steeds heeft Jos van Maanen uit Opijnen contact met de veehouder in Drenthe bij wie zijn jongvee tijdens de evacuatie in 1995 werd ondergebracht. ‘Het was wel dringen, want er komt daar plotseling een hele veestapel bij. Die evacuatie heeft veel stress veroorzaakt, ook bij de dieren. Dat merk je aan ze. De weerstand verminderde en ze werden vaker ziek.

Hoe Van Maanen in Drenthe (en zijn vader met de rest van de veestapel in Friesland) terecht kwam, weet hij nog steeds niet. ‘Ik kreeg een telefoonnummer dat ik belde. Er werd me verteld dat er veewagens zouden komen om te evacueren. Dat is wel raar hoor om ’s nachts je kalveren in te laden en ergens anders naar toe te rijden. Het is je broodwinning.’

Buurman Jan van Arkel had minder te evacueren. ‘We hebben de spullen van het autobedrijf op de brug gezet en die omhoog gedaan. Ik weet niet of het had geholpen, maar je deed het toch.’ Daarna vertrok hij naar Wijchen. Uit nieuwsgierigheid probeerde hij de Betuwe daarna weer in te komen. ‘Maar dat lukte niet, het was echt een Sperrgebiet.’

Posthuma: alsjeblieft niet wéér verhuizen

Geschreven op september 23, 2015

 

Niet wéér gedwongen verhuizen. Dat is waar Simon Posthuma uit Ophemert aan denkt bij dijkverbetering. ‘Aan de overkant van de Waal moest ik twintig jaar geleden ook al weg, toen voor een verkeersweg. Ik zag op een informatieavond dat mijn huis niet meer op de kaart stond.’

De grote vraag bij hem is dan ook: wordt de dijk breder en wordt mijn huis dan gesloopt? Omdat de plannen nog niet zijn gemaakt, is nog niet bekend of zijn dijkwoning kan blijven staan. ‘Die onzekerheid vind ik niet fijn. Ik zou er ook niet vrolijk van worden als ik weg zou moeten. Destijds kwamen er drie zogenaamd onafhankelijke taxateurs van het Rijk. Onafhankelijk en van het Rijk… Dat kan toch niet.’

De onderhandelingstactiek destijds: ‘Ze kwamen eerst met een bod en daarna deden ze er iets bovenop. Dat heb ik toen maar gedaan, anders zouden ze weer teruggaan naar het eerste bod. En daarnaast heb je de emotionele waarde. Mijn dochter is daar geboren, dat doet je toch wat als je daar weg moet. En ik had het daar helemaal opgeknapt.’

Posthuma heeft nog een tip voor de komende operatie. ‘Zorg dat er goed wordt overleg als de werkzaamheden starten. Ik heb in 1998 meegemaakt dat ze de oprit weghaalden zonder dat tegen ons tee zeggen. Die Belgische aannemer deed sowieso niet aan overleggen of op de hoogte brengen. Nul komma nul.’

 

"Dijk afsluiten is gekkenwerk"

Geschreven op september 23, 2015

 

“Amsterdam is ook  niet alleen voor Amsterdammers. Ik ben faliekant tegen het afzetten van dijken voor auto’s en motoren. We wonen in een fantastisch gebied en daar moet iedereen van kunnen genieten.”

Alwies Berentsen in Opijnen laat er geen enkele twijfel over bestaan hoe hij denkt over het afsluiten van dijken. “Natuurlijk. Er wordt wel eens te hard gereden op de dijk. Maar dat gebeurt ook in het dorp. Die zet je toch ook niet af?  Met mooi weer willen die mensen een ritje maken. Dan stappen ze in de auto of op de motor. Wil je ze dan door het dorp hebben? Lijkt me niet zo slim. Overal leggen ze voor een hoop geld rondwegen aan. Wij hebben hier een natuurlijke rondweg liggen, en die willen ze dan afsluiten. Gekkenwerk!”

Alwies heeft zijn leven lang op diverse plekken vlakbij het water gewoond. In Doornenburg, Gendt, noch in Opijnen heeft hij zich onveilig gevoeld voor hoog water. “Het hoort erbij. Rivier en dijk maken deel uit van je leven. Als je daar bang voor moet zijn, heb je geen leven. Dan moet je verhuizen.”

"Dijk voor heel lange tijd opknappen"

Geschreven op september 21, 2015

 

Stan Pijls woont onder aan de dijk in Heesselt. “De dijk is er om water te keren, alleen zie ik hem dat niet veel doen. Voor 99,9 procent is het een landschappelijk fenomeen: een verhoging die wordt gemaaid en waarover wordt gereden. Ik woon hier nu twaalf jaar. Als ik het water drie keer tot de helft van de dijk heb zien staan, dan is het veel. Nog nooit heb ik het tot aan de kruin gezien.”

Pijls zit in de klankbordgroep van het waterschap. “Als verbetering nodig is, dan is het nodig. Maar als ik mijn kritische bril op zet, zie ik dat er nog niet zo heel lang geleden een gigantische operatie is geweest. Is er destijds misschien onvoldoende naar de toekomst gekeken? Hopelijk verbeteren we de dijk nu zodanig, dat hij voor lange tijd sterk genoeg is om het water tegen te houden.”

"Visite neem ik altijd mee naar de dijk"

Geschreven op september 18, 2015

“Als kind woonde ik in Everdingen, bij de Lek. IJsschotsen hingen bij hoogwater en vorst om de bomen. Zeker als het peil weer daalde en de vorst aanhield, zag je de ijsstukken goed. Dat vond ik als kind bijzonder”, zegt Marianne Janssens uit Opijnen. 

“Nu ik aan de Waal woon, denk ik: wat woonde ik vroeger aan een klein riviertje. De Waal is robuuster. In de Lek zwommen mensen naar de overkant en weer terug. Dat moet je hier niet proberen. Ik waarschuw mensen wel eens dat niet te doen”, zegt ze.

“Ik loop graag over de dijk, laat er vaak de hond uit, zeker op het dijkstuk richting Tiel. Als ik visite van ver heb, neem ik die het liefst mee naar de dijk. Dit unieke gebied wil je graag laten zien, het is hier prachtig mooi. Soms gaan we dan gezellig picknicken.”

“Ik vind wel dat we er wat aan kunnen doen om het nog mooier te maken. Als ik over de dijk richting Neerijnen loop, merk ik op dat er veel bomen rond de plassen staan. Die natuur, dat water wil je graag zien. Het zou fijn zijn als daar bij de dijkverbetering naar wordt gekeken, net als naar de plaatsing van meer bankjes en ontwikkeling van uitkijkpunten. Is voor fietsers een leuke stop.”

Na 18 verhuizingen stek gevonden

Geschreven op september 17, 2015

 

“Het uitzicht op de dijk is net een openluchtschilderij”, zegt Bonne van Dekken uit Opijnen. “De rivier leeft. Ik wandel dagelijks op de dijk. Twee keer per dag. Maar dat kan ook om drie uur ’s nachts zijn, want mijn leven is een 24-uurs dienst. Die nachtwandelingen zijn altijd heel apart. De sfeer is dan anders. Heb ook al een paar mooie foto’s gemaakt, zoals van een prachtige volle maan. Doe ik puur voor de lol.”

“Vaak wandel ik een achtje, dus via de dijk, door de polder en dan door het bos weer terug op de dijk. Prachtig. Ik ben voor de rivier hier komen wonen. Ik verhuis binnenkort naar mijn 18e woonplek en ga er vooralsnog vanuit dat deze plek, hier in Opijnen, definitief is. Ik ben een Fries en een Fries heeft toch water nodig, maar het moet wel breed genoeg zijn dat je er geen steen overheen kunt gooien. Ik heb ook in Eindhoven gewoond, maar de Dommel is toch echt te klein. Nee, dan zit je hier beter.”

"Ik merk de ergernis over motoren"

Geschreven op september 16, 2015

 

Wim Kievit houdt van de dijk, als hardloper maar ook als motorrijder. “Ik weet dat veel mensen een bloedhekel hebben aan motoren op de dijk. En ook ik kan mij eraan ergeren. Dan ben ik op bezoek bij mijn tante die aan de dijk woont en als ze dan voorbij scheuren.. daar word je gek van.”

Toch kan hij het zelf ook niet laten, zegt Kievit in alle eerlijkheid. “ Dan zie je zo’n lege dijk voor je en ja, dan moét het gas open. Het is een drang die iedere motorrijder kent.”

Maar meestal rijdt hij echt wel rustig, benadrukt de bloemist. “Je houdt natuurlijk rekening met anderen. Ik snap heel goed dat veel mensen er zich aan ergeren. Sterker nog, ik denk dat het zelfs verboden gaat worden om met de motor de dijk op te gaan.”

Als hardloper geniet hij vooral van het stuk dijk waar geen verkeer mag rijden. “De rust en de pure natuur daar. Dat de dijk aangepakt moet worden, dat snap ik, maar laat het vooral puur blijven. Niet teveel poespas, alsjeblieft.”

"Er was een bijzondere saamhorigheid"

Geschreven op september 16, 2015

 

“Heftig.” Zo typeert Corrie van Wijk uit Waardenburg de evacuatie in 1995. Ze was destijds eigenaar van de lokale supermarkt in Waardenburg (destijds Super de Boer, tegenwoordig Coop). “Op dinsdagmiddag kregen we te horen dat we weg moesten, een dag later waren we al vertrokken. Binnen een dag – we zijn de hele nacht doorgegaan – hadden we de hele winkel leeg. De groothandel voorzag ons van groentekratten waarin we de producten konden pakken. Al het vers werd uitgedeeld”, zegt Corrie van Wijk, die met het gezin naar een nichtje in Rijen trok.

“Op zondag mochten we weer naar huis en op maandag ging onze supermarkt weer open. Alsof er niets was gebeurd.” Medewerkers, vrienden, bekenden die een handje hadden geholpen, hebben we nadien in de watten gelegd. “We zijn lekker een avond uitgegaan. Er ontstond in die periode een bijzondere saamhorigheid.”

Zestien reeën op de dijk

Geschreven op september 14, 2015

 

“Mijn mooiste plekje is in de uiterwaarden voorbij Neerijnen. Daar ging ik tot voor kort met mijn auto naartoe. Ik reed tot aan het strand bij de Waal. Een ongecultiveerd stuk strand, echt een paradijs. Afgelopen zomer wilde ik daar opnieuw naartoe en toen bleek het terrein niet meer toegankelijk voor auto’s en ook mocht je er de honden niet meer vrij laten. Dat is jammer. We moeten niet alles willen regisseren”, zegt Jolanda Wever, die van oorsprong uit Rotterdam komt en sinds negen jaar in Neerijnen woont.

“Je kunt in de uiterwaarden prachtig in eenzaamheid lopen. En onderweg zie je een schitterende natuur. Op de dijk is het vaak betoverend mooi. In het vroege voorjaar, ‘s ochtend rond zeven uur, zag ik zestien reeën die de dijk overstaken. Er zitten ook vossen en buizerds in het gebied.”

Willem zou wel willen: Waardsmanhuis terug

Geschreven op september 11, 2015

 

“Ik ben geboren op de terp, in de uiterwaarden van Neerijnen. Mijn vader was waardsman van Baron van Pallandt. Hij beheerde de uiterwaarden, zeg maar. Hij moest bij hoogwater de sluis open zetten zodat het water niet over de kade kwam.”

Willem Zwamborn uit Opijnen maakte het als kind van dichtbij mee. “Als hij er dan met de roeiboot op uit ging dan bleven wij achter. Mijn moeder, mijn drie zussen en ik. Dan zat je daar op die terp omringd met water. Ik ben nog weleens vastgezet met een riem, uit veiligheid. Liep je daar het water in dan zou je zo gegrepen kunnen worden door de stroming.”

“Zo ben ik ook eens een houten speelgoedauto kwijtgeraakt. Die viel in het water en dreef weg. Weken later kwam mijn vader thuis mét die speelgoedauto. Deze bleek met de stroom te zijn meegevoerd naar Waardenburg en was toevallig beland op het terrein van kennissen.”

“Niet veel later zijn we in Waardenburg gaan wonen en inmiddels woon ik alweer een lange tijd in Opijnen. Het oude waardmanshuisje is er al lang niet meer. Het zou toch mooi zijn als dat weer terug kon komen. Wellicht kan er een informatiepunt of zoiets in komen. Ja, dat zou leuk zijn.”

Paardrijden in de uiterwaarden, jaaaa

Geschreven op september 11, 2015

 

De vriendinnen Tijn (14) en Femke (13) uit Neerijnen wonen allebei met heel veel plezier vlakbij de dijk. “We genieten echt van deze plek”, zegt Femke. “Lekker beschut en veilig.” De twee waren naar de camper van het waterschap gekomen om hun verhaal te vertellen.

Ze vinden het ontzettend jammer dat ze niet met hun paard het bos en de uiterwaarden in mogen. Tijn: “Als we willen rijden, mag dat alleen op de weg. En dat is niet zo goed voor de hoeven.”

“En daar rijdt ook veel ander verkeer”, vult Femke aan. “Rijden in het bos en de uiterwaarden is veel fijner dan in de manege of op de weg. Ik beloof dat we niemand lastig zullen vallen als ze ruiterpaden aanleggen. Dan gaan we alleen in galop op plekken waar dat mag.”

Tijn: “En als het niet anders kan, kunnen we ook vaste tijden afspreken waarop we gaan rijden. Misschien ‘s morgens vroeg of in de middag na school. Als het maar niet te vroeg in de ochtend is of te laat in de avond. Dan liggen we nog op bed. ”

“We je wat helemaal te gek zou zijn”, fantaseren de meiden. “Om te gaan zwemmen met je paard. Dat zou gaaf zijn!”

Tijn en Femke denken dat zij niet de enige die zijn in het bos of de uiterwaarden willen rijden. ”Er wonen hier veel mensen met een paard. Ik kan zo een stel rijders noemen die het een geweldig idee vinden.”